Volgens Erasmus+ is een mobiliteit van jeugdwerkers een meerdaagse waar jeugdwerkers, zowel beroepskrachten als vrijwilligers, inspiratie opdoen om de kwaliteit van hun eigen projecten en organisatie te versterken door hun grenzen te verleggen en buitenlandse organisaties te leren kennen. De overkoepelende doelstellingen vanuit Globelink hiervoor waren de volgende: 1) Jongeren leren een veel- en breedheid aan meningen kennen waardoor ze hun eigen stem over maatschappelijke thema’s nog beter kunnen ontwikkelen. 2) Jongeren verbreden hun kennis en ontwikkelen hun eigen mening door het uitwisselen over een bepaald thema door de ‘peer to peer’-methodologie. Hierdoor trekken ze bestaande structuren in vraag en dragen ze bij tot systeemverandering. 3) Jongeren ontwikkelen tal van vaardigheden door Europese jongerenuitwisselingen zoals bijvoorbeeld linguïstische, interculturele, reflectieve en actief burgerschap-vaardigheden. 4) Jongeren leren maatschappelijke problemen co-creatief oplossen en/of analyseren. 5) Jongeren leren hun eigen waarde, talenten en vaardigheden beter kennen. Hierdoor ontwikkelen ze hun eigen mening, kunnen ze die actiever inzetten als Europese burger en ontwikkelen ze hun eigen identiteit. Rotterdam (A1): Het thema van de mobiliteit van jeugdwerkers in Rotterdam was ‘talentontwikkeling’. We hadden een samenwerking met TADA, de Brusselse vzw Toekomst Atelier De l’Avenir (www.tada.brussels). De deelnemers waren immers allemaal TADA-alumni (dit wil zeggen: ze volgden in de lagere school vele TADA-activiteiten en zijn nu ‘afgestudeerden’ van de TADA-werking) en zij zijn momenteel ondersteuners in de weekend- en huiswerkklassen voor TADA-kinderen. Hiermee wilden we de term ‘jeugdwerker’ breed benaderen. Zo wilden we de deelnemers versterken in hun engagement en begeleiderscapaciteiten bij TADA: door uit te wisselen over aanpak en begeleidingsstijlen, en dat allemaal in het Nederlands, een taal die voor de deelnemers niet hun moedertaal is en waarvan het accent van Nederland nog een extra taalkundige uitdaging vormt in deze mobiliteit. Berlijn (A2 en A3): We hebben binnen deze aanvraag, naast Rotterdam, ook twee mobiliteiten georganiseerd in Berlijn. Ik gebruik de afkortingen B1 voor A2 en B2 voor A3. Bij deze beide mobiliteiten stond het thema publieke ruimte centraal. We vertrokken vanuit de onderzoeksvraag hoe je als jongere je plek kan claimen in je stad. Bij B1 hebben we gefocust op het ontdekken van zo veel mogelijk inspirerende strategieën en manieren om dit te doen. Bij B2 hebben we effectief zelf de handen uit de mouwen gestoken en zijn we verdiepend gaan werken op één deelaspect van de eerste mobiliteit in Berlijn. Tijdens die eerste mobiliteit hebben we namelijk de organisatie S27 (Schlesische27 - Kunst und Bildung), een sociaal en stedelijk laboratorium, volop leren kennen. S27 doet artistiek onderzoek door en met kinderen, jongeren en jongvolwassenen. Onderwerpen als leef- en vrijetijdsruimte voor jongeren, de integratie van vluchtelingen op de arbeidsmarkt, het beleven van stadsgeschiedenis of de toekomst van stedelijke cultuur bepalen hun agenda. Eén van hun projecten, Platz*da, draait rond het participatief bouwen en invullen van een stuk publieke ruimte, namelijk 5500 vierkante meter. We hebben ons tijdens B2 volledig ondergedompeld op en in Platz*da: het was onze verblijfplaats en experimenteerplek voor de hele week.