De reguliere Erasmusmobiliteit vervult een heel belangrijke rol bij het werken aan internationale oriëntatie van onderwijs, onderzoek en de diensten van de Hogeschool Utrecht (HU). De gelden voor stafmobiliteit stellen ons in staat internationale activiteiten te verkennen, op te zetten en faciliteren. Docenten kunnen leren van internationale collega’s en gastlessen geven, medewerkers leren van werkwijzen vanuit een ander perspectief. Via inkomend en uitgaand bezoek verkennen we welke partners passen bij de HU als organisatie en bij de activiteiten die we gezamenlijk willen uitvoeren. Ook wordt de mobiliteit ingezet om onze bestaande netwerken te versterken. Activiteiten uitgevoerd in het KA131 project, leiden geregeld tot andere projecten, zoals KA171 of KA2. De gelden voor studentmobiliteit stellen onze studenten in staat om ervaring op te doen in een ander land, met een andere cultuur en in een andere taal. En om met internationale studenten at home samen te werken in een international classroom. Het Erasmusprogramma vormt de basis van deze uitwisselingen. Naast de reguliere mobiliteit wil de HU met het KA131 project, middels het organiseren van Blended Intensive Programmes (BIPs), de Europese samenwerkingsverbanden en betrokkenheid nog meer versterken. De georganiseerde BIPs waren gericht op ondernemerschap, AI (digitalisering), Europese verkiezingen en Europees recht. Naast het versterken van de Europese samenwerkingsverbanden, zorgden de korte mobiliteiten ervoor dat nog meer studenten een internationale ervaring konden opdoen, zoals studenten waarvoor semestermobiliteit geen optie is. Een ander voordeel is dat studenten en medewerkers met verschillende internationale achtergronden vanuit verschillende perspectieven leren om intensief aan een kort programma te werken, zowel fysiek als digitaal. Dat vraagt om flexibiliteit en culturele sensitiviteit. Een belangrijk thema voor de HU is het zoeken van samenwerkingsverbanden met landen aan de grenzen van de EU. De dreiging vanuit Rusland maakte dat veel van deze landen samenwerking zochten met West-Europese landen. Het streven naar en/of behouden van Europese waarden speelt hierin een centrale rol. Net als in Call 2022 hebben wij Oekraïense studenten en medewerkers mogen verwelkomen voor diverse korte mobiliteiten. Daarnaast heeft de HU in Call 2022 een KA171 samenwerking met Georgië opgestart, waarin (Europese) verkiezingen en factchecking een belangrijke rol spelen. Het voelde dan ook heel natuurlijk aan om in deze Call 2023 International Credit Mobility (ICM) met landen buiten de EU te implementeren, gericht op regio 1 en 2. Voor nu betreft het alleen stafmobiliteiten, om potentiële samenwerkingen te onderzoeken. Zo kunnen meer KA171 projecten of andere samenwerkingen met deze regio’s ontstaan, zoals een BIP of COIL.